Het leven wat gewoon is, is wel ergens anders. Zie deze voorbeelden van hoe ik het ervaren heb. 

 

Schoolkind: je maakt eerste kennismaking met dat je zelf anders bent dan de rest. Je wordt misschien gepest in je tienperiode. Je krijgt levensvragen of informatie over of je je moeder wil gaan zoeken.  Je bent ook nog gewoon een kind en houdt je echt niet met adoptie bezig.  Niet bewust. 

 

Puber: je gaat onderzoeken wie je bent en denkt na over je moeder en vind je ouders anders dan jij. Je hebt ook nog je gewone leven. 

 

Adolescentietijd:  Orde wijsheid en werkelijkheid samen brengen in een verhaal in je hoofd.  Wie zijn je ouders, wie zijn je vader en moeder in werkelijkheid. Je hebt door dat er veel meer aan de hand kan zijn, maar je besteedt ook aandacht aan je gewone leven. 

 

Jong volwassene:  Je loopt in je hoofd meer en meer wat vast.   Chaos blijft  chaos hoe je ook analyseert. Omdat er vroeger geen trouw naar je was, kwam er geen vertrouwen en is er nog geen zelfvertrouwen. Je bent druk bezig met werk, gezin en vrije tijd.  Soms besef je hey met adoptie moet ik meer doen, misschien lotgenoten contact? Daarnaast  ben je heel druk met het gewone bestaan.  Misschien groeit er wel een kindje in je buik als je een meisje bent.  Moederschap is het hoogste wat je wil bereiken in je leven altijd klaarstaan voor je eigen kinderen. 

 

Oudere volwassene:  Het lichaam gaat spreken met jou. Je gaat voelen en je trauma kan naar boven komen. Je vraagt je af, wanneer moet ik eigenlijk bezig gaan met mijn adoptie. Er is in feite geen tijd of je moet je bewust stilstaan veranderen en je eigen andere weg kiezen waarbij kwetsbaarheid altijd met je mee gaat. Want kiezen voor je zelf is ook altijd kwetsbaar blijven. Adoptie maakt je niet sterk maar ergens sterk en zwak tegelijk.  Je blijft altijd wankelen en in het wankelen moet je balanceren. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

\